Het landgoed.

In de middeleeuwen is reeds sprake van een kasteel te Glimmen dat in 1226 verwoest werd. Later werd hier een buitenhuis gebouwd dat in de loop der eeuwen door verschillende families bewoond is geweest. Meestal waren dit welgestelde burgers uit de stad Groningen die in de zomer graag hun tijd doorbrachten in de mooie omgeving van Glimmen. Aan het eind van de 19e eeuw was het landgoed in bezit van de familie Quintus naar wie het Quintusbos is genoemd.



Het landbezit werd geleidelijk uitgebreid, zodat het landgoed in 1832 ruim 133 HA omvatte; hiertoe behoorden wei- en hooilanden, akkers, bos en een eendekooi; alsmede diverse boerderijen, een theekoepel (thans Rijksstraatweg 17) en de twee "bouwhuizen" op het voorplein: het koetshuis (Meentweg 30) en het schathuis (Meentweg 26). In de loop van de 20e eeuw werd het grondbezit van het landgoed ingekrompen: de diverse pachters konden de door hen bewoonde boerderijen kopen.



Na een ingrijpende restauratie in de jaren 90 van de 20e eeuw wordt het "Huis" particulier bewoond, evenals de boerderijen en de dienstwoning op het landgoed. Het "Huis" is niet te bezichtigen.
Het geheel van de buitenplaats Glimmen, omvattende het "Huis", de beide bouwhuizen en aangrenzende landerijen, het Quintusbos met de daarin gelegen boerderij alsmede de theekoepel annex portierswoning aan de Rijksstraatweg bij het begin van de nog steeds bestaande oprijlaan is aangewezen als beschermd complex in de zin van de Monumentenwet.
Het Quintusbos is eigendom van Staatsbosbeheer, en is vrij toegankelijk voor wandelaars. Dit bos, bestaande uit oude eiken en beuken met een ondergroei van vlier en hulst, wordt afgewisseld door een vijftal besloten weilanden. U kunt hier reeën, konijnen, eekhoorns, spechten, uilen, ooievaars en allerlei zangvogels aantreffen.